Alles over bijtellingsregels

Als je in een auto van de zaak rijdt, gebruik je die auto misschien ook voor privégebruik. Niet alleen om van de zaak naar huis te rijden en andersom, maar ook om de boodschappen in de stad te doen, een keer een tante op te zoeken die aan de andere kant van het land woont, en misschien zelfs wel om mee op vakantie te gaan.
Nou kun je daarover afspraken hebben gemaakt met je werkgever, en dat is natuurlijk prima. De overheid bemoeit zich daar niet mee. Maar als het privégebruik meer dan 500 km per jaar bedraagt, vraagt de overheid er wel extra inkomstenbelasting voor, want privékilometers die je met een auto van de zaak rijdt, worden gezien als een onderdeel van je inkomen, en de waarde ervan moet dus bij je inkomsten opgeteld worden. Dat bedrag heet bijtelling.
In het algemeen bedraagt die bijtelling 25% van de cataloguswaarde van je auto. Het kan zijn dat er een verlaagde bijtelling is, dat hangt af van de CO2-uitstoot van je auto. Dat kan aardig wat geld schelen, voor volledig elektrische auto’s is de bijtelling zelfs maar 4% van de cataloguswaarde, voor semi-elektrische auto’s is het 15%, en voor zuinige auto’s is de bijtelling 21%.
De bijtelling wordt vastgesteld op het moment dat je de auto in gebruik neemt, en blijft 60 maanden vast staan. Dus als je in een – zuinige – auto van de zaak kunt gaan rijden, is het een goed idee dat zo snel mogelijk te regelen, want de overheid wil de regels gaan veranderen.
Je eigen auto kun je gelukkig snel verkopen, dus daar hoeft het niet van af te hangen. Vandaag nog, als je dat wilt. Via een website op het internet.